‘Dokter, dokter, kijk eens snel,
Ik heb putten in mijn vel!’
‘Dat zijn geen putten.’ ’Welles!’ ‘Nietes!
Mevrouwtje: u hebt cellulitis.’
‘En die rare bruine plekken?
Ik krijg steeds meer moedervlekken!’
‘Maak u daar maar geen zorgen om,
Dat zijn vlekken van ouderdom.’
‘En die blauwe bobbels dan?
Weet u ook hoe dát nou kan?’
‘Dat is niets bijzonders, hoor:
Spataders. Daar heeft u de leeftijd voor’.
* * * * *
Ik kan wel boos worden, of bang,
Maar mijn lijf gaat gewoon haar gang.
Sportschool, yoga, minder frites:
Mijn lichaam is de baas - ik niet.
Hoewel ik al jaren Becel gebruik,
Hangen mijn borsten op mijn buik.
En laatst, zonder enig overleg,
Was opeens mijn taille weg.
Vroeger: toen was alles fijner,
Toen groeide ik – nu word ik kleiner.
Broze botten, dikke dijen,
Grijze haren, pijn bij ’t vrijen,
Gezwollen enkels en een leesbril,
’s Morgens een plas- en ’s avonds een slaappil,
Rimpels op de gekste plekken,
Bruine, rode, blauwe vlekken.
Het ene offer na het andere.
Ik zie mijn hele lijf veranderen.
Ik lever in, er komt niets bij.
Behalve steken in mijn zij…
Wat is de zin, waar gaat dit heen?
Slechts één ding houdt me op de been:
Ik zweet, ik tob en ik lijd pijn
Om ooit een Wijze Vrouw te zijn.
Loes Gouweloos