dinsdag 26 augustus 2008

Onsterflijk

Mijn oma:
Zo in bed is ze nóg kleiner,
breekbaar, teer, steeds zwakker met de jaren.

De rimpels en de ingevallen wangen,
de transparante huid, de dunne haren.

Ik kijk en sla de beelden in me op.
Zíj kijkt níet meer, ze staart aan me voorbij.

Haar ogen zien al andere verten,
ze ademt nog, maar is niet meer bij mij.

Onmerkbaar zweeft ze weg, van stof tot lucht,
het is een stap als alle andere.

Haar laatste adem is een zachte zucht.
Ik wéét het wel, maar zie haar niet veranderen.

Vederlicht ligt oma's lichaam op het bed,
haar ziel en die van mij zijn nauw verweven.

Mijn omaatje…, ze ís niet dood:
Ze gaf mij dit gedicht en blijft zo leven.



Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: