1. 'In alle gewesten'
Denkend aan Holland
zie ik bonte kolossen
traag door oneindig
laagland gaan.
rijen ondenkbaar
logge kuddes
in grote getale
tot aan den einder staan;
níet in de geweldige
ruimte verzonken:
té veel, té vet,
overal in het land,
zwarte, gevlekte,
rode en bruine,
koetjes en kalfjes
in een groots verband.
de stank is er hevig
en de vlaai wordt er langzaam
onder hoeven en voeten
al dampend gesmoord.
en in alle gewesten
is 't geloei van de koeien
tot het einde der tijden
iets wat bij Holland hoort.
2. 'De stem van de mater'
Denkend aan Holland
zie ik wapp'rende manen
traag voor de koets
over 't Binnenhof gaan,
rijen ondenkbaar
domme onderdanen
als klappend vee
langs de route staan;
en in de eeuwenoude
Ridderzaal elk jaar
de poppenkast,
bestoft en gedwee,
Bea in iets blauws,
het masker van Claus,
leden der Staten Generaal,
en het volk voor de TV.
de sfeer is er braaf
en de Rede wordt langzaam
gesproken, in holle
frasen, stijfjes maar luid,
en bij alle burgers
gaan de woorden van 't Staatshoofd
het ene oor in
en het andere uit.
3. 'Gevreesd en gehoord'
Denkend aan Holland
zie ik kale Mariniers
snel en bloeddorstig
over de Dam heen gaan,
rijen ondenkbaar
lege hoofden
als verbeten gekken
op hippies inslaan;
en over het geweldige
plein moeten ze rennen
voor hun leven,
verspreiden zich door de stad,
uit alle landen,
naïef maar vredelievend,
verdreven door de stem des volks,
een bijna-bloedbad;
de sfeer is er grimmig
en de zon maakt snel plaats
voor duisternis: geen Peace,
geen Love, maar bloed,
en in de gewesten
knikt Holland instemmend,
tevreden en gerust:
alles is weer goed.
Loes Gouweloos (met dank aan H. Marsman)
dinsdag 26 augustus 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten